Naam, functie en karakter van de Lepelstraat
A. De herkomst van de naam en de functie van de Lepelstraat
Ze komt al voor op de, tot op heden, oudst bewaard gebleven kaart van onze gemeente, hoewel die kaart geen “Lepelstraat” vernoemt maar wel “La petite digue“. Over de precieze en enig juiste herkomst van de naam “Lepelstraat” is tot op heden nog geen exacte verklaring gegeven. Er zijn echter wel heel wat pogingen gedaan om de toponymie van de naam te verklaren.
- Al van in de 19e eeuw wordt de Lepelstraat door de mensen “het Streutje” genoemd en er wordt gefluisterd dat het volgens de spreuk: “’t is maar een lepel groot”, zijn naam kreeg.
- Anderen beweren dat de vorm van de straat de reden was tot de naamgeving. “Lepel” was ook een Middelnederlandse benaming van een schoep van een watermolen.
- Een andere plausibele verklaring is die van het “Lepelrecht”. Het “recht van de lepel” was een soort belasting op koren/granen. In vroegere tijden schepte men met een lepel graan uit elke zak ten behoeve van voornamelijk liefdadige instellingen.
(2) Een heemkundige verklaring
Er zijn dus verschillende verklaringen die ons leiden tot de term, en vorm, van een lepel. Zo zou het bijvoorbeeld kunnen zijn dat het Catteveken een bepaalde vorm had die ervan verre uit zag als een lepel. In feite was dit een lange boom met een wortelknoest. Op de oude kaart eveneens “Le Dique”; dit betekent in het Frans ook een barrière en dus mogelijks een veken. Dat er een veken is geweest, is zo goed als zeker. Een veken is een afsluitpoort. Het is trouwens aan een “revival” bezig: op meer en meer plaatsen zijn terug “Kempische vekens” te zien aan een natuur- of landbouwperceel.
Lepel zou ook tot een inhoudsmaat kunnen zijn. Maar het is weinig waarschijnlijk dat daar de straatnaam aan ontleend is. Wat wel zeker is, is dat er vroegere tijden veel reizigers in een dorp aankwamen met een hoed op het hoofd met een lepel erdoor geregen. Dat wordt vermeld op verschillende schilderijen. En het geeft eigenlijk aan dat iemand werd uitgenodigd op een feest of bijvoorbeeld een uitvaart. Omdat de Kempense bevolking zo arm was, vroeg men de genodigden om zelf een lepel mee te brengen en die werd dan door de rand van de hoed gestoken. Dat beeld is ons bekend van een middeleeuwse kok: de drager op het schilderij Boerenbruiloft van Bruegel waarin de voorste drager van het rijstpapbuffet een lepel in de hoed heeft zitten.
Toch lijkt het meest waarschijnlijk dat Lepelstraat duidt op een alternatieve invalsweg door een dorp, omwille van diverse redenen, toegankelijkheid van de weg, kwaliteit, vaak uitgesneden vorm (holle weg) of een ombuiging, zodat het op een kaart op een lepelvorm lijkt.
Als we er enkele landkaarten op na slaan, zien we dat er verschillende plaatsen zijn die de naam Lepelstraat dragen. Vandaar dat we graag deze vergelijking even willen maken. Zo is er niet alleen in ons eigen Vorselaar een Lepelstraat, maar ook in de gemeente Mortsel. En die Lepelstraat ligt nu vlak bij de kerk en leidde dus van oudsher naar het centrum. Ook in Vlimmeren zie je bij het inrijden van het dorp dat de wegen zich splitsen. Je hebt de hoofdbaan die langs rechts recht naar de kerk gaat. En links heb je een vertakking die de naam Lepelstraat draagt. Wellicht is de benaming van deze Lepelstraat gelijkaardig als die in Vorselaar. Ook nog andere locaties gebruiken deze naam. In Antwerpen komt voor 1529 de naam Lepelstraat al voor in geschriften en deze lag op een toegangsweg van de stad. Er bevonden zich huizen van ontucht en veel schippers en handelaars hielden eerst halt in deze Lepelstraat vooraleer door te trekken naar het centrum. In Nederland (Noord-Brabant) bestaat er een dorp Lepelstraat aan de rand van Bergen-op-Zoom.
Maar naar analogie van Vlimmeren en Vorselaar, denk ik dat Leuven het mooiste voorbeeld van een Lepelstraat toont. Vlak buiten de oude stadsmuren, aan de oostzijde van Leuven, ligt momenteel de Bondgenotenlaan, een belangrijke weg die in de Middeleeuwen richting een van de stadspoorten voer. Ten noorden van de huidige Bondgenotenlaan ligt de Lepelstraat, die op enig niveauverschil met die Bondgenotenlaan ligt. Wellicht was de ene makkelijk toegankelijk in de zomer en de andere toegankelijk tijdens de winter?
In de Kempen zijn de laatste jaren veel onderzoekingen geweest van de bodem en wordt er gewerkt met Lidar-gegevens. Een bekend systeem daarvan is QGIS ; veel technische termen om maar te zeggen dat de grond wordt gescand. En dat de kleinste oneffenheden kunnen worden gedetecteerd in het landschap. Dit systeem toont duidelijk dat oude wegen vaak heel breed zijn uitgereden geweest. Waar het dat toeliet als er weinig begroeiing was of geen bebouwing, dan werd In de winter het hogere droge stuk van een weg gekozen en in de zomer het iets vochtiger stuk, waar het zand minder mul was, zodat de wegen beter bereden konden worden. Zo zien we op sommige plaatsen dat wegen wel tot een breedte van 200 m werden gebruikt. Op sommige locaties zie je heel goed het indrukken van de karresporen en wel dermate dat het soms nodig was om een eindje verderop een alternatieve weg te zoeken. We weten goed dat vanuit de vroegere Romeinse vicus in Grobbendonk een weg leidde die ongeveer ter hoogte van de Kempenlaan in Vorselaar aankwam en die hoger gelegen was.
Het is perfect mogelijk dat in de loop van de jaren er een zijtak richting het lager gelegen stuk aan de kant van de Aa werd gekozen, wat momenteel de Lepelstraat is: de ene weg dus een degelijke weg, het andere een “streutje”. Alleszins kunnen we stellen dat de vroegere Romeinse weg ongeveer op een hoogte van 12m lag en de Lepelstraat op ongeveer 10m hoogte. Deze laatste weg zal zeker vochtiger zijn geweest, ook in de zomermaanden, maar misschien in de wintermaanden quasi ontoegankelijk omdat ze aansluit bij de broekbossen. Broekbossen zijn vaak ondergelopen bossen, wat we tegenwoordig minder zagen, maar in de toekomst terug beter merkbaar gaat zijn, aangezien de meanders van de Aa recentelijk terug zijn opengewerkt en die sluiten heel dicht aan bij de Lepelstraat. Zo krijgen we min of meer hetzelfde landschap als vroeger, zij het dat er tegenwoordig uiteraard veel meer bebouwing is.

(3) De functie van de Lepelstraat
Momenteel is de Lepelstraat een belangrijke verbindingsweg tussen Vorselaar en Grobbendonk, maar vroeger was dit niet het geval. Pas in het begin van de 20e eeuw werd de weg met “kinderkopjes” verhard. De toenmalige verbindingsweg met Grobbendonk liep bijna parallel met de huidige weg en begon naast de plaats waar later de fabriek van McCain stond. Deze weg is echter niet meer in gebruik en voor een gedeelte zelfs privaat. De Lepelstraat stopt waar “Smalvoort” in Grobbendonk begint en meer bepaald ter hoogte van “De Goorbergen“. De verbindingsweg met het centrum van Grobbendonk en dus het verlengde van de Lepelstraat was een “spoor” (=onverharde zandweg tussen de velden), dat al zeer lang moet bestaan hebben.
Guido Van Dyck toont, in zijn studie over Grobbendonk (Guido Van Dyck: “Grobbendonk, het historisch verhaal van een kleine gemeenschap” Deel 1 (1982) Uitg. De Roerdomp, Brecht), zelfs een kaartje van het gebied tussen Grobbendonk (Ouwen) en de Lepelstraat nr. 11.
Dat het gebied tussen Vorselaar en Grobbendonk moerassig moet geweest zijn, is nog te merken wanneer op het einde van de winter de weiden links van de weg naar Grobbendonk en ter hoogte van de restanten van het kasteel, nog onder water komen te staan. Ter hoogte van de huidige Goorbergenlaan waren destijds de “goren”, wat ook dergelijke moerassen waren.
- Marcel Wuyts (familie van de Perruche) en zijn vrouw Simonne De Peuter vertellen in een interview over ’t Streutje vroeger: Zie https://www.youtube.com/watch?v=1iotr-WnyrY.
Dit gebied maakte deel uit van de heerlijkheid “Smalvoort” dat destijds onderdeel van Vorselaar was. Het werd echter door de heer van Vorselaar verkocht aan de heer van Grobbendonk om zijn “warande” te vergroten.
Dit is de reden waarom we vanuit de Lepelstraat in Vorselaar plotseling Grobbendonk binnenkomen ook al is dit zelfs op grondgebied Grobbendonk ogenschijnlijk nog gewoon Lepelstraat.
(4) Padjes en kleine verbindingen in de straat
De Lepelstraat heeft nog twee kleinere zijstraatjes, twee padjes:
- Het eerste vooraan in de Lepelstraat links wat wij vandaag de dag nog kennen als ‘het “patteke” van den Os’, dat onmiddellijk splitste: links ging je door een zeer smal weggetje naar de Veldstraat en rechts kwam je aan, op wat oudere mensen nog kennen als ‘Hans van Baal’ (toen nog open plek achter de Lepelstraat, later is daar een nieuwe verkaveling gebouwd, nl. de Merellaan).
- Het tweede “patteke” noemden de mensen ‘het “patteke” van de Heuf’. Dit smalle weggetje vormde de verbinding tussen de Lepelstraat en den Heikant tot aan het Spieke. Het laatste stuk kan je vandaag de dag nog volgen vanaf de Mgr. Donchelei naar het begin van de Kempenlaan. Het “patteke” van de Heuf liep dwars door het domein van de zusters: langs de ene kant had je de moestuin, de boomgaard, de siertuin van het klooster afgesloten met een grote bakstenen muur. Uiteraard dat de bengels uit de Lepelstraat en den Dijk doodgraag over deze muur klommen om in de kloostertuin aan de appelen en de pruimen te zitten. In deze muur was langs de tuin van het klooster ook een kapelletje ingebouwd.
Langs de andere kant van het “patteke” van de Heuf lag het grote korenveld van de zusters en een diepe, vuile gracht. Het was een legendarisch korenveld… Een korenveld waar iedereen kwam kijken wanneer in de zomer Dries Frits er zijn vliegaard opliet. Ja, soms zelfs een vliegaard van drie meter lang met brandende kaarsjes in lampions aan.
’t Streutje stelde ook helemaal niet veel voor. Vroeger stonden er amper een vijftiental huizen (de typische lage werkmanswoningen) en in het midden een karrenspoor. Later (in de tweede helft van de 19de eeuw) werden de belangrijkste straten van Vorselaar gekasseid: d.w.z. de Lepelstraat, de Kerkstraat en de Riemenstraat.
De gemeenteraad van 27 februari 1909 besloot om op aanvraag van de bewoners van de Lepelstraat en het Heiken een lantaarn te plaatsen op het einde van de Lepelstraat (d.w.z. aan den Dijk). De kasseiweg van het einde van de 19de eeuw bleef liggen tot in het midden van de jaren 60, wanneer de Lepelstraat als één van de eerste straten van Vorselaar werd aangesloten op het rioleringsnet.De Lepelstraat vormde samen met de Riemenstraat de verbindingsweg tussen de tramlijn van Herentals naar Oostmalle (op het Sassenhout) en de tramlijn van Heist-op-den-Berg naar Zandhoven (in Grobbendonk). Het waren de twee hoofdwegen waarlangs onze dorpsbewoners het dorp konden verlaten. Het was ook langs dit traject dat op 1 april 1946 de eerste busverbinding naar Lier reed.

B. Het katholieke karakter van de straat
(1) Veel katholieke linken en tradities
De Lepelstraat is de straat bij uitstek waar het katholieke Vorselaar heel zichtbaar was. De Zusters, het klooster en hun patrimonium in de Lepelstraat is daar natuurlijk niet vreemd aan. Vorselaar was een erg “vroom” dorp met veel katholieke gebruiken (bv. 1 mei viering, processiestoet, driekoningen- en nieuwjaarszingen) en gebouwen/kapelletjes/beelden die daar naar verwijzen. Zie bv. de Sint-Pieterskerk, (de kapel en de gebouwen van) het klooster, het Christusbeeld van Minne op het kerkhof, het vroegere Heilig Hart beeld op de Markt.
In elk gehucht is er wel een kapelletje te vinden. Lees daarvoor de publicatie van de Heemkundige Kring over de kapelletjes in Vorselaar. In de Lepelstraat zijn er prachtige beelden in en rondom het klooster en de kloostertuin (verscholen achter de Lepelstraat). In de straat zelf is er ook ééntje, verstopt in een nis in de muur van het huis van de familie Van Beirendonck, ter hoogte van Lepelstraat 5.
Er was de jaarlijkse processiestoet, de inhaling van de nieuwe pastoors zoals pastoor Jozef De Schutter, Vic Mertens, Raf Van Baarle en het was ook de woonplaats van priesters (Boutmans, Van Beirendonck, Van Dongen), een pater (Van Beylen), een koster (Matheussen), de geestelijk directeurs/rectoren (bv. Jans & Goffinet) en een Kardinaal (Van Roey).
(2) Lepelstraat decor voor de inhaling van pastoors in Vorselaar
>> Josephus (Jozef) De Schutter
Geboren: Kapellen, 24 december 1904
Overleden: Vorselaar, 7 augustus 1970
Jozef De Schutter werd op 25/05/1929 tot priester gewijd. Hij werd eerst tot 1938 leraar in het Sint-Aloysiuscollege van Geel en nadien meteen onderpastoor in onze Sint-Pieter parochie. In 1948, meer specifiek op 25 april 1948 werd hij pastoor.
De Heemkundige Kring maakt in haar publicaties melding van de intrede: “1948 – Een ark werd opgesteld in de Lepelstraat te Vorselaar ter verwelkoming van de nieuwe pastoor E.H. De Schutter. Van 13 december 1938 was hij onderpastoor te Vorselaar. Op 15 april 1948 werd hij pastoor benoemd. Hij overleed in 1970 te Vorselaar.”
–> Film inhaling pastoor Jozef De Schutter: https://youtu.be/Y387Tx24zuk
>> Victor (Vic) Mertens
Geboren: Oevel, 29 oktober 1923
Overleden: Herselt, 12 maart 2007
Vic Mertens werd geboren als jongste van zes in het gezin van Remi Mertens en Louise Celen. Hij werd op 4 april 1948 tot priester gewijd. Enige tijd later deed hij zijn eerste mis in de kerk van Achter-Olen. De jonge priester was leraar aan het Sint-Norbertusinstituut te Antwerpen van april 1948 tot 31 juli 1948 en vervolgens onderpastoor in onze parochie Sint-Pieter in Vorselaar tot 11 september 1964.
Na het overlijden van pastoor De Schutter in 1970 volgde pastoor Vic Mertens hem op (20/09/1970). Hij werd ingehaald zoals dat toen in Vorselaar gebeurde: met een stoet, een intrede … onder massale belangstelling en met daarbij alle belangrijke Vorselaarse “gestelde lichamen”. Klassiek was de Lepelstraat daarin een belangrijke straat.

Hij wilde van zijn parochie een ‘modelparochie’ maken, waarbij leken ook verantwoordelijkheid kregen en waarbij veel aandacht geschonken werd aan verzorgde eucharistievieringen. Hij nam afscheid van de parochie op 4 juli 1986 en trok als rector naar Huize Nazareth in Lier. In 2000 betrok hij een serviceflat te Herselt. Vic Mertens overleed in 2007.
>> Raf Van Baarle
Geboren: Wilrijk, 10/12/1947
Raf is geboren als zevende kind in een gezin van 8. Hij studeerde in het Sint-Theresia college (Exaarde), het O.L.V. van Lourdes-college (Edegem) en de provinciale school voor tuinbouw & regentaat. Na zijn opleiding aan het seminarie van Antwerpen wordt hij priester gewijd op 12/10/1974. Het bisdom benoemt Raf van Baarle op 16/07/1975 tot nieuwe medepastoor (“onderpastoor”) in Vorselaar. Op 15/10/1978 vertrekt Raf van Baarle als missionaris naar Gemena (Congo). Raf neemt afscheid van de parochie tijdens het weekend van 23 en 24 september 1978. Op 20/12/1986 wordt Raf Van Baarle (hoofd)pastoor van onze gemeente.

Tijdens de weekendvieringen van 17 en 18 december 1988 kondigt Raf echter al aan dat hij op 20 december ontslag neemt als pastoor. Hij vertrekt dan terug naar Congo. Priester-leraar Jef Van Dongen uit de Lepelstraat wordt op dat moment aangesteld als voorlopige pastoor (“administrator”).
In de geschiedenis kenden zusters verschillende geestelijk verantwoordelijken, later “geestelijke directeurs” of “rectoren”. In het begin zorgde stichter Pater Donche (naar wie de straat “Monseigneur Donchelei” is vernoemd) voor de basisoriëntatie van de congregatie. Later waren dat geestelijk directeur Remi Otten, geestelijk directeur Frans Jans, rector Leo Casteels en rector André Goffinet.
In de zogenaamde rectorwoning, het statige huis dat links naast het gebouw van de hogeschool stond tot twee jaar geleden, werd plaats voorzien door het klooster voor een aantal belangrijke geestelijken. Zoals de laatste bewoner, rector André Goffinet die in augustus 2025 overleed. Directeur Jans woonde verderop in de Lepelstraat, ter hoogte van de huidige huisnummer 78. We brengen die twee in beeld.
>> Frans Jans
Geboren: Aarschot, 12 augustus 1903
Overleden: Vorselaar, 9 maart 1984
Hij werd priester in 1928 en werd nadien leraar (en later directeur) van het Sint-Jan Berchmanscollege in Diest. In 1943 werd hij rector van de congregatie van de Zusters der Christelijke Scholen. Op 6 maart 1967 legde hij zijn functie neer wegens ziekte. Hij draagt zijn verantwoordelijkheid over aan E.H. Leo Casteels. Casteels werd priester gewijd in 1937 en was leraar (en later directeur) aan het Sint-Jan Berchmanscollege van Mol tussen 1943 en 1967. Frans Jans zelf ging op rust en overleed op 9 maart 1984 op 80-jarige leeftijd.
>> André Goffinet
Geboren: Leopoldsburg, 2 januari 1930
Overleden: Westmalle, 5 augustus 2025
E.H. André Goffinet was de meest recente rector van de congregatie. Hij was sinds jaren ’70 leraar godsdienst aan de normaalschool van Vorselaar en overleed in augustus 2025. Hij werd nadien diocesaan inspecteur godsdienst en hoofdinspecteur in Antwerpen. Hij volgde op 18/08/1991 Leo Casteels op als rector van Vorselaar. Goffinet deed -samen met Kardinaal De Kesel- nog de jubileumviering voor het 200-jarig bestaan van de Zusters van Vorselaar op 2/2/2020.

Er woonden ook verschillende priesters hier in de Lepelstraat zelf. We vertellen hey verhaal van priester Van Beirendonck en priester Van Dongen. Ook een Pater en Koster verbleven hier in de straat.
>> Joannes (Jan) Van Beirendonck
Geboren: Vorselaar, 13 december 1925
Overleden: Vorselaar, 22 november 2007
Jan Van Beirendonck woonde hier in onze straat, samen met zus Anna Van Beirendonck (die leerkracht was in de jongensschool). Hun broer Michel deed de beenhouwerij (samen met zijn vrouw Anna Dewinter) en broer Frans Van Beirendonck was ook priester. Jan werd voor het eerst “geïncardineerd” in het aartsbisdom Mechelen op 25/09/1947 en nadien in het bisdom Antwerpen op 14/04/1962. Hij was leraar en nadien ook directeur in het Sint-Lievenscollege in Antwerpen (tussen 1951 en 1986).

Jan schreef nog de eerste geschiedenistekst over onze straat. Dat was de basis voor de eerste geschiedenisavond die we met de buurtvereniging organiseerden in 2002.
–> Film eerste misviering priester Jan Van Beirendonck: https://youtu.be/Zb3Gbh41cFs
>> Josephus Van Dongen
Geboren: Loenhout, 14 september 1924
Overleden: Turnhout, 27 september 2005
Verder was er ook Jef (Josephus) Van Dongen. Hij werd in 1947 tot priester gewijd in Mechelen en was lang leraar (tussen 1949 en 1965) in het Klein Seminarie van Hoogstraten. Nadien was hij ruim 21 jaar godsdienstleraar hier in Vorselaar, het Kardinaal van Roey-instituut. Na zijn pensionering verbleef hij te Hoogstraten. Hij overleed in 2005.
>> Francois Boutmans
Geboren: Antwerpen, 1 februari 1899
Overleden: Turnhout, 27 december 1969
Familie Boutmans was misschien minder bekend maar woonde ook in de Lepelstraat, in het huis van Felix Bruynseels later. Hij deed, na de retorica in het Sint-Jozefscollege van Herentals te hebben afgewerkt, zijn intrede in het seminarie van Mechelen in 1921 en werd in 1925 gewijd als priester. Hij was onderpastoor in onder meer Ruisbroek, Meerle, Merksem en Antwerpen (H. Hart). Nadien werd hij pastoor in Heffen.
>> Richard Van Beylen
Geboren: Vorselaar, 9 juli 1920
Overleden: Leuven, 5 maart 1995
Pater Theodulf (Richard Van Beylen), woonde ter hoogte van Lepelstraat 63/65. Hij was een capucijn, geboren op 9 juli 1920. Hij werd priester gewijd in Izegem in 1945 en vertrok op 7 december 1948 naar Congo (bisdom Molegbe). Het onderwijs lag hem nauw aan het hart gedurende zijn leven als missionaris. Hij overleed in 1995 in UZ Gasthuisberg (Leuven). De zus van de pater, Angelina, was kloosterzuster (Zuster Marie-Innocenza).
>> Ernest Matheussen
Geboren: Vorselaar, 25 juli 1897
Overleden: Lier, 29 oktober 1978
Ernest (Nest) Matheussen was afkomstig van Vorselaar, geboren in de Kuiperstraat (“Nest van Ursula”), en was koster en organist in Vorselaar van 1953 tot 1976. Hij had een huis in de Lepelstraat, naast het huis van de rector (tot voor de afbraak Lepelstraat 4) en de winkel van de ‘Spar’ en het huisje van Elia Fil (nu afgebroken, vroeger Lepelstraat 6-8-10-12), recht tegenover Lepelstraat nummer 19 nu. Het was ‘een tweede verblijf’, maar ingericht als een klein museum. Er stond ook een harmonium en er zaten heel wat mooie antiquiteiten in dat huis. Nest verzamelde er zijn eigen Vorselaars archief: met geschiedkundige documenten, maar ook liturgische en kerkelijke objecten.

Op basis van het materiaal van koster Matheussen kon het boekje “Oud Vorselaar” worden samengesteld. In 1973 sticht hij mee het gemengd parochiaal zangkoor Sint Cecilia. Als koster is hij ook de eerste dirigent. In 1976 stopte hij met zijn taak als koster. Tijdens de hoogmis van 25/01/1976 nam de parochie afscheid van hem met volgende woorden: “Nest was gedurende 23 jaar en 7 maanden koster in onze parochiekerk. Gedienstig en blijgezind maar steeds met een zeer grote nauwgezetheid vervulde hij deze taak.” Nest Matheussen overlijdt op 29/10/1978 in het Heilig Hartziekenhuis van Lier. Hij wordt begraven in Grobbendonk.
(4) Het klooster, de congregatie … en de zusters uit de straat zelf
>> Het klooster en de congregatie
De congregatie van de Zusters der Christelijke Scholen bestond in 2020 exact 200 jaar. De wortels van de congregatie van de Zusters der Christelijke Scholen gaan terug tot het jaar 1820. Priester en ex-jezuïet Lodewijk Vincent Donche legde er samen met weldoenster gravin Regina della Faille de grondvesten voor een school in de buurt van het kasteel. In deze ‘werkschool’ voor arme kinderen werd in de eerste plaats handenarbeid gedaan en catechismusonderricht gegeven, naast enig elementair onderwijs.
De Regel die algemeen overste Donche voor zijn zusters opstelde, droeg sterk de sporen van zijn ‘Jezuïtisch’ verleden en was ingebed in de Ignatiaanse spiritualiteitstradities. Het verstrekken van onderwijs vormde de hoofddoelstelling van de congregatie. Vandaar ook het beeld van Sint-Calasanz die als patroonheilige aan de voorzijde van het klooster staat afgebeeld. Calasanz was een Spaanse priester die naar Rome trok om er arme kinderen les te geven.
>> Zusters uit de straat
Er waren ook zusters hier bij de families uit de Lepelstraat zelf. Jef Leysen, afkomstig uit Vorselaar en priester in Lier, kon er meteen een achttal zusters uit de straat opsommen:
a) Angelina Van Beylen (= Zuster Marie-Innocenza), de zus van Pater Richard Van Beylen. Zij was zuster bij de Zusters der Christelijke Scholen in Vorselaar. Het gezin Van Beylen had 2 kinderen: een pater en een zuster. Het gezin woonde in het huis ter hoogte van huisnummer 78.
° Vorselaar, 09/01/1918
Intrede: 12/09/1933 (15! jaar)
+ Turnhout, 03/05/1993

b) Rosa -Rozeke- Borremans (= Zuster Margaretha), de dochter van Melanie Van Laer. Zuster bij de Maricolen van Antwerpen. Zij woonden in de rij lage huizen tegenover Meester Valckx (thv. nummer 68).
° Vorselaar, 26/06/1916
Intrede: 26/06/1938
+ Lier, 07/09/1992
c) Joanna -Jeanne- Francisca Maria Somers (= Zuster Ludwina), dochter van Charel Bet (Karel Somers) en Emma van de Hoef (Emma Celis), werd ook kloosterzuster. Zij maakte deel uit van de congregatie van de Zusters der Christelijke Scholen Vorselaar. Haar ouders en zij woonden vlakbij “Marie Beuns”.
° Vorselaar, 12/08/1919
Intrede: 16/09/1937
+ Malle, 17/03/2019
d) Marie-Louise Rita Verlinden (= Zuster Marie-Louise), de dochter van schrijnwerker Verlinden die in het padje richting Hans Van Baal woonde en daar zijn schrijnwerkerij huisvestte. Marie-Louise is ingetreden, heeft les gegeven, is dan naar Venezuela vertrokken. Uiteindelijk trad ze uit.
° Vorselaar, 19/11/1949
Intrede: 17/05/1970
Uitgetreden
e) Josephine -Fien- Peeters (= Zuster Marie-Adèle) en zus Mathilde Peeters (= Zuster Marie Immaculata) waren de dochters van Frans (Frans van Annekes) en Adèle Celis (Dèle van de Jakke). Zie de verhalen over de familie verder in het boek. Zij waren ingetreden bij de Zusters der Christelijke Scholen van Vorselaar. Zuster Marie Immaculata was hoofd van de zustergemeenschap in Hove.
| Zr. Marie-Adèle (Josephine Maria Peeters) ° Vorselaar, 05/10/1911 Intrede: 15/09/1932 + Hove, 16/07/1969 | Zr. Marie Immaculata (Maria Mathilde Peeters) ° Vorselaar, 09/11/1913 Intrede: 17/09/1935 + Hove, 01/06/1995 |

De poppen die voor de tentoonstelling ter beschikking werden gesteld door Connie Neefs. Ze werden gemaakt door Zuster Yvonne die hoorde tot de gemeenschap van haar tante. Ze tonen de verschillende stadia in het leven van een vrouw die toetreedt tot een kloosterorde: postulant, novice en zuster.
> Een postulant is een kandidaat die verkent of ze geschikt is voor het religieuze leven.
> Een novice is een kandidaat die is toegelaten tot de proeftijd in het klooster.
> Een non (kloosterzuster of moniale) is een vrouw die de geloften van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid heeft afgelegd en definitief deel uitmaakt van de orde (zoals in Vorselaar de “Congregatie van de Zusters der Christelijke Scholen”).
f) Martha Margaretha Wuyts (= Zuster Landulpha), in Vorselaar bekend als Martha Drol, de zus van Irma Drol en Mit Drol (allen uit Lepelstraat), trad toe tot de Zusters der Christelijke Scholen van Vorselaar.
° Vorselaar, 16/06/1912
Intrede: 12/09/1928
Uitgetreden in 1969
g) Imelda Moons (= Zuster Seraphina), de dochter van Gusje Drol en Irma Drol (August Moons en Irma Wuyts). Ze woonde samen met haar ouders in het huis links naast de vroegere winkel van Louis Heremans (ter hoogte van huisnummer 24). Ze trad toe tot de Gasthuiszusters Augustinessen in Lier. Ze trok in januari 1961 naar Kongo. Zuster Seraphina verblijft nu nog in Boechout en is de enige zuster die zelf uit de Lepelstraat komt en nu nog leeft.
° Vorselaar, 30/06/1934
Intrede: 19/11/1952
Woont in Boechout
Op 13 januari 1874 werd vooraan in de Lepelstraat Josephus Ernestus Van Roey geboren. Na briljante studies aan het college van Herentals, het seminarie van Mechelen en de universiteit van Leuven werd hij in 1907 door Kardinaal Mercier tot Groot-Vicaris benoemd. Van Roey werd in 1926 aartsbisschop van Mechelen en in 1927 kardinaal (en “primaat” van België). Gedurende 34 jaar stond deze jongen uit de Lepelstraat aan het hoofd van de Kerk in België.

De stoet ter gelegenheid van de aanstelling van Van Roey tot Aartsbisschop (1926) vertrok op het Hofeinde (bij het begin van de Lepelstraat) en passeerde ook langs den Heikant, Kuiperstraat en Riemenstraat. Jozef Ernest Van Roey (° 1874 / + 1961) is hier in de Lepelstraat geboren in een eenvoudig, diep gelovige boerenfamilie. Voor zijn ouders, Stanislas Van Roey en Anna-Maria Bartholomeus, was het een eer om een zoon als priester te hebben en een dochter als kloosterzuster. De kleine Ernest leerde de eerste letters spellen in de bewaarschool bij zuster Dorothea. Nadien dus het college in Herentals en het seminarie in Mechelen.
Kardinaal Van Roey stond 34 jaar aan het hoofd van de Belgische katholieke Kerk en was erg bepalend in onze vaderlandse geschiedenis. Hij roerde zich in de Belgische politiek (bv. onderwijs- en cultuurkwesties) en had zelf ook een -omstreden- ontmoeting met Hitler in Berchtesgaden. In december 1941 huwde hij koning Leopold III met diens tweede vrouw Liliane Baels. Dit huwelijk was één van de belangrijkste oorzaken die aanleiding gaven tot de “koningskwestie”.
In 1951 kon hij de basiliek van Koekelberg inwijden, de bouw waar hij zelf nog mee opdracht voor gaf. En in 1958 was hij aanwezig bij het conclaaf voor de verkiezing van paus Johannes XXIII. Ook zegende hij de huwelijken in van prins Albert en prinses Paola en in 1960 dat van koning Boudewijn en koningin Fabiola (de mis zelf werd gecelebreerd door Leo Suenens).
Kardinaal Van Roey heeft Vorselaar nooit losgelaten en kwam regelmatig naar zijn geboortedorp. Van Roey werd uitgebreid gevierd in Vorselaar naar aanleiding van zijn aanstelling tot Aartsbisschop (1926), zijn 50-jarig priesterschap (1947) en zijn zilveren Bisschopsjubileum (1951).

De viering ter gelegenheid van het 25-jarig bisschopsjubileum van Kardinaal Van Roey. Het Marktplein werd omgetoverd tot een prachtig decor met een gigantisch altaar en duizenden toeschouwers.
De Kardinaal bedankte Vorselaar met geschenken aan de inwoners en de kerk van Vorselaar. Onder meer een mooie grote klok in de kerk, het vroegere Heilig Hart-beeld op het Marktplein en het bronzen beeld van George Minne op het kerkhof getuigen daarvan. De Kardinaal gaf ook zijn naam aan de middelbare school in de Vorselaarse campus: het Kardinaal Van Roey-instituut. De inwijding van dat instituut in 1958 was meteen het laatste bezoek van de Kardinaal aan zijn geboortedorp.
Gemeente Vorselaar
Markt 14
2290 Vorselaar
014 50 11 01
info@vorselaar.be
Afspraak
Deze dienst werkt op afspraak.