header afbeelding

Bijzondere gebouwen & dé winkel- en caféstraat

A. Bijzondere gebouwen en architectuur

Onze straat heeft een rijke geschiedenis … dat kon u al ontdekken in deze tentoonstelling. In ’t streutje staan ook heel wat bijzondere gebouwen. Die staan beschreven in “On(t) roerend erfgoed en bouwkundige parels in Vorselaar” (wandelgids gemeente en Erfgoedapp) en de Vlaamse Inventaris Onroerend Erfgoed” (Vlaamse overheid – www.vioe.be).

(1) Schoolgebouwen

Heel karakteristiek in de Lepelstraat zijn natuurlijk de grote schoolgebouwen, en ook de doorzichten naar het klooster- en schooldomein van de Zusters der Christelijke Scholen, een domein dat wel 8 hectare groot is. Er zijn doorheen de geschiedenis, in verschillende bouwperiodes, heel wat schoolgebouwen en panden in functie van het klooster, de congregatie en hun onderwijsmissie, opgericht:

  • Duizendpoot (kleuterschool), aan de Lepelstraat
  • Windekind (lagere school), aan de Goorbergenlaan – grenzend tegen de Lepelstraat
  • Het Kardinaal van Roey Instituut (secundaire school), diverse gebouwen op het schooldomein (bv. gebouw Ter Engelen, Ter Poorte, internaat (Kim), later de Horizon, vroeger Zonnewende, …)
  • Normaalschool/Katholieke hogeschool Kempen (nu Thomas More), Lepelstraat 2
  • Rectorwoning (vorig jaar afgebroken, links naast de hogeschool – recht tov. huidige nr. 17)
  • Conciërgewoning (2 jaar geleden afgebroken, Lepelstraat 14 – recht tov. huidige nr. 19)
  • Andere internaatsgebouwen (De Heuf, boven de Duizendpoot)

De oprichting van de congregatie van de Zusters der Christelijke Scholen in 1820 heeft een ontzettend rijke geschiedenis en meerwaarde opgeleverd, hoofdzakelijk in het onderwijs. Zij bouwden in gans Vlaanderen (en ook in het buitenland) een rijke onderwijstraditie op. Op hun hoogtepunt hadden ze 104 scholen in hun beheer, goed voor bijna 48.000 studenten. Alleen al in Vorselaar komen op dit moment meer dan 3.000 studenten en leerkrachten naar de scholen. Vorselaar wordt daarom niet voor niets een van de grootste onderwijsdorpen van Vlaanderen genoemd.

–> Naast de scholen zijn er ook een aantal bijzondere gebouwen die wat meer uitleg verdienen:

(2) Lepelstraat nr. 1/3/5 – vroeger huis Van Beirendonck

De familie Jules Van Beirendonck-Joanna Suys  (Jules “Verbeeck” vernoemd naar zijn moeder Dymphna Verbeeck, en Joke Suys “van de Kasteelhoeve”) baatte de zaak (die al in 1890 zou bestaan hebben) uit. Het was een complex met heel wat functies. Er was daar een slachterij, een beenhouwerij (die nog lang dienst heeft gedaan in Vorselaar), een afspanning (hotel met mogelijkheid tot overnachting), een drank- en spijshuis (café/taverne, ook de thuisbasis van de oud-strijders), een crèmerie en zelfs een kleine bakkerij van roomijskoekjes. Jules was koopman in vee en het geheel was gekend onder de naam: “In de leeuw”. In 1952 nam Michel Van Beirendonck de slachterij en de beenhouwerij over (samen met vrouw Anna Dewinter uit Deurne). De oudste van het gezin, Dymphna (ongehuwd) deed nog enkele jaren het ‘drank- en spijshuis’verder.

–> Bekijk hier de film van het huwelijk van Jozef Van Beirendonck met Ilona Juhasz: https://youtu.be/bImvVY3ryAo

(3) Lepelstraat nr. 2 – geboortehuis kardinaal Van Roey

Het geboortehuis van Jozef Ernest Van Roey (° 1874/+ 1961), bekend als Kardinaal Van Roey. Monseigneur Van Roey komt uit ons eigen Vorselaarse midden, uit een eenvoudige, diep gelovige boerenfamilie. Voor zijn ouders, Stanislas Van Roey en Anna-Maria Bartholomeus, was het een eer om een zoon als priester te hebben en een dochter als kloosterzuster. Naast het huis was de poort (een grote en kleine) van de meisjesschool, de “huishoudschool”, de “bewaarschool” (ook wel de papschoolgenoemd). Op het einde van elk schooljaar was er de ‘expositie’ van de werkjes van de leerlingen.

Het huis was een deel van twee kleine, lage huizen van het klooster. Later woonden er dienstpersoneel van het klooster: o.a. voerman Sus Muuns (Moons) en zijn vrouw Lies; hovenier Louis en Mie Bruinkens (Bruynseels); Sjarel Waoit & Fien … tot slot ook zuster Paulien. Ernaast kwam in 1928 dokter Van Bockstal daar wonen. In datzelfde huis woonde later (+/- 1938) Filomeen Kegelaers (“de pijweps”) en daarna het gezin van meester Albert Bisschops en zijn vrouw Mit Van Glabbeeck.

Beide woningen werden in oktober 1961 afgebroken om plaats te maken voor de grote glazen bouw van de school (in gebruik genomen vanaf 1965). Verder richting Grobbendonk was er een woning van aannemer Sjarel van ’t Goddeke (Karel Van den Brande) en zijn vrouw Mathil. Dat werd later de rectorswoning (de voorbije jaren rector Goffinet).

(4) Lepelstraat nr. 31/35 – cinema en café De Jakke

De gebroeders Frans en August Peeters (Frans en Gust van An) waren gekend in Vorselaar.  Gust Peeters(Gust van An) had een diamantslijperij vooraan in de Dijkbaan. Frans baatte samen met zijn vrouw Adèle Celis thv. Lepelstraat 31-35 een cinema “Bij de Jakke” uit. Ze kochten het goed op een openbare verkoop in 1924 en ze baatten er een café met feestzaal uit. Het waren de grootouders van Louis en Connie Neefs, monumenten in de Vlaamse zangwereld. Connie en Louis verbleven soms in het huisje er recht tegenover, een klein huisje met slechts één raam, rechts naast het padje richting de Heuf (thans “de Kastelein”, Lepelstraat 34-36).

De moeder van de zussen Celis heette met haar achternaam Van Meulder. De vader dus Celis. Ze hadden samen wel 6 kinderen: Celine, Adèle, Mathilde, Jos, Amélie en Roos. Adèle Celis (“Dèle van de Jakke”) was gehuwd met Frans Peeters (“Frans van Annekes”). Dat zijn is de grootmoeder van Louis en Connie Neefs. Mathilde Celis is de moeder van René Verhoeven en dus de overgrootmoeder van Sabeth Van Rooy uit onze straat.

Later zou Jan Verhoeven de zaak overnemen en zou dat de cinema “Reo” worden. Aan de bioscoop was een café verbonden. De ingang van dit café en de cinema was gelegen in het latere fotowinkeltje dat nu reeds twee decennia gesloten is en gerenoveerd werd tot een woning. 

Grenzend aan het café was er een feestzaal/cinema waarvan de ingang via het café was. Die oude cinema hoorde bij het café maar werd uitgebaat door drie vrienden: Jef Moorkens (‘Jef Van Nanten’), Jan Verbraeken (‘Jan Slek’) en Jan Baptist Verhoeven. De operators van de oude cinema waren René Valckx, Jules Hermans (‘Jules Zip’), Sooike Hermans en Meester Bisschops die ook in de straat woonde.

De cinemazaal kreeg met de nieuwe eigenaar een grondige renovatie en een aparte eigen toegang langs de Lepelstraat, los van het cafégebouw. En werd aangepast voor cinemascope projectie. De verbouwing gebeurde door architect/landmeter J. Saen. Aan de achterzijde van de cinemazaal werd ook een kleine woning aangebouwd. Daar woonden toen René Valckx en zijn vrouw Georgette Bruers. Zij konden via een binnendeur rechtstreeks naar de cinema.

Het café werd na de verkoop aan Josée Engelen verhuurd aan een brouwer en werd uitgebaat door eerst Frans Van Lommel, en later Stanie Olieslaegers (‘De Coste’, broer van Jef en Lucien Olieslaegers). De Coste deed dat samen met zijn vrouw Imelda Goovaerts (‘Smierens’). Ze verhuisden later bij de definitieve sluiting van het café naar een café in Olen. Het gebouw werd nadien omgebouwd tot winkel.

De winkel ‘Ciné Reo’ in het voormalig café werd te klein eind jaren ’60 en het bioscoopbezoek verminderde ook (door het succes van TV). Er werd beslist tot stopzetting van de cinema in 1967 en gestart met uitbreidingsplannen voor de winkel. Zo ontstond een nieuwbouw van één groot hoekpand voor handel en wonen. Ontwerp verbouwing door Architectenbureau Fr. de Groodt, W. Cogghe, W. Toubhans Antwerpen.

(5) Lepelstraat nr. 59 – vroeger huis familie Destombes

Dit was één van de woningen die in Vorselaar staan geregistreerd in de Vlaamse “inventaris van bouwkundig erfgoed”. De beschrijving staat daar als volgt geformuleerd: Karakteristiek burgerhuis, uit de jaren 1930. Vrijstaand enkelhuis met bakstenen lijstgevel, twee traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (nok parallel aan de straat, mechanische pannen). Typische, verspringende volumewerking met gebruik van erkers en balkons. Rechthoekige muuropeningen, deels overluifeld. Het is een pareltje van Art-Déco-architectuur.

De architect, Karel  Van Looy had nog drie vergelijkbare woningen in Vorselaar, die  eveneens in die “interbellum-stijl”, aanleunend bij de stijl van de  “Arts & Craft-beweging”, waren opgetrokken. Die stijl is beter binnenshuis te bewonderen. Zo is er in het  huis een kamer met een muurbekleding van groen “Amerikaans melkglas”, met eenvoudige geometrische motieven. Er zijn ook nog authentieke plafondschilderingen uit die stijlperiode. De statige woning was eigendom van de familie Albert (Beir) Destombes – Mathilde (Til) Landuyt. Hun zoon is erg vroeg overleden aan leukemie. Sindsdien droeg Til (Mathilde) altijd zwarte kledij en kwam ze nog maar zelden buiten. Albert Destombes was veehandelaar. Achteraan op het perceel stonden verschillende gebouwen (o.a. voor de vrachtwagen maar ook een stal voor de koeien). Die bijgebouwen zijn nu afgebroken om het zicht op het prachtige natuurgebied “Schupleer” te herstellen.

B. Diamant en andere nijverheden

(1) ’t Steentje, snijden, zagen en slijpen in Vorselaar

a. Het begin van de diamantnijverheid
Voor het jaar 1900 was Vorselaar een echt Kempisch landbouwdorp waar eenvoud en armoede hoogtij vierden. Wel hadden wij hier in Vorselaar de -op een dorp- onmisbare ambachten, zoals drie molens, twee brouwerijen, een weverij, een smid en verder nog een paar neringdoeners. Buiten de landbouw was er geen enkele industrie, of toch er was een werkplaats waar kerkmeubelen werden gemaakt en waar enkele mensen hun boterham verdienden. Al de overige die hun brood hier niet konden verdienen, moesten het elders gaan zoeken. De grote oplossing is er voor vele mensen gekomen onder de vorm van het bewerken van diamant. Omstreeks 1900 leerden de eerste mensen uit de Kempen in Antwerpen een diamant bewerken.

In Vorselaar waren het de gebroeders Van Ginneken die hun kennis doorgaven aan hun dorpsgenoten en een fabriek startten op het Moleneinde. Onder hun impuls is de Vorselaarse diamantnijverheid tot bloei gekomen. Volgens de industrietelling van 1910 waren er toen reeds 7 diamantfabrieken in Vorselaar. Later werden dat er meer dan 100. In het jaar 1965 was niet minder dan 40% van de actieve bevolking (809 diamantbewerkers) in ons dorp werkzaam in de diamant. Wel 92% van alle slijpers woonden toen in de provincie Antwerpen.

b. De eerste elektriciteit
De elektriciteit om de eerste fabrieken draaiende te houden, wekte men ter plaatse op: aan de Doornboom werden kolen gehaald, die met paard en kar naar de fabrieken gevoerd werden. In de machinekamer stookte men ze om elektriciteit te produceren. Vanaf 1915 werd door de Gebroeders Van Ginneken elektriciteit gewonnen en geleverd aan Vorselaar door een dynamo te plaatsen in de watermolen van Grobbendonk. Dit zorgde op zondag 19 september 1920 echter voor kortsluiting en daarmee brak er brand uit in de gebouwen. Een deel van deze vleugel moest worden gesloopt en werd herbouwd in 1921. Na de aanleg van een elektriciteitsnet ontstonden vele kleine werkplaatsen, waar ‘de stiel’ vaak in familieverband werd uitgeoefend: de vrouwen ‘sneden’ en ‘verstelden’ en de mannen ‘slepen’ de diamanten.

c. Een eigen diamantschool
Omdat in 1963 wel 27 van de 28 14-jarige schoolverlatende jongens het ‘steentje’ gingen bewerken en er in de directe omgeving geen beroepsschool voor diamantbewerking was, vormde men op 1 september 1964 het 7de leerjaar om tot 1ste leerjaar ‘afdeling Diamant’. De locatie was de oude slijperij op de Oostakker met 20 molens. In 1968 waren er 104 leerlingen ingeschreven. In 1977 behaalde het 1ste meisje het kwalificatiegetuigschrift. Medio jaren ’80 sloot de diamantschool haar deuren en werd het gebouw ‘het buurthuis’.

d. Stofafzuiging: een Vorselaarse uitvinding
Marcel en Staf Van Gestel uit Vorselaar vonden eind jaren ‘70 de stofvrije diamantmolen uit. Door hun afzuigsysteem op de schijf konden de slijpers hun beroep op een gezondere manier uitoefenen.

e. De nijverheid verdween stilaan …
’t Steentje heeft Vorselaar gemaakt tot wat het nu is. Van een arm dorp met enkel wat kleinschalige landbouw is Vorselaar ontwikkeld tot een prachtig woondorp. De meeste diamantnijverheid is verdwenen, al zijn er nog een tweetal fabriekjes … al is dat allemaal relatief tegenover de immense populatie arbeiders vroeger.

(2) De “fabriekjes” in de Lepelstraat

Ook in de Lepelstraat werd ’t steentje geslepen. We interviewden in het kader van deze tentoonstelling ook Maria Van den Broeck (ofwel “Marie Klep” zoals we onze lieve buurvrouw kennen).

Marie heeft decennia hier in Vorselaar gewoond en geniet nu als 96-jarige van haar rust in het woonzorgcentrum in Pulderbos. Zij vertelt in haar anekdotes graag over haar tijd “in den diamant”. Marie maakt een carrière zoals vele anderen: eerst snijden, en dan de stap zetten naar het slijpen. Het sociaal leven was toen heel anders. Veel slijpers stonden niet “op daggeld” maar “per stuk” en konden werken wanneer ze wilden. Het waren vaak maar enkele molens die in een fabriekje stonden en thuis werd er ’s avonds vaak nog wat bijgeklust om een extra steentje (en dus centje) bij te verdienen.

>>  Zie het project Schitterend Geslepen van erfgoedcel Kempens Karakter en de vertelavonden ‘Briljante Kempen’ hier in Vorselaar: www.kempenskarakter.be/diamantbewerking-in-de-kempen/

In onze straat waren er onder meer slijperijen/fabriekjes:

  • Bij Fien Gils
  • Bij Sjarel Keunink (Karel De Wilde en Netteke Rijmenant)
  • Bij Roos Segers (nu Lepelstraat 80)
  • Het rechtse huis van de tweewoonst vlakbij Roos Segers (nu Lepelstraat 72)
  • Bij de Mette (familie Meerts)
  • Bij Charel Bogemans (café De Valk, nu Lepelstraat 19)
  • Bij Gutte Wibus (August Janssens, nu Lepelstraat 11A)
  • Bij Verbeeck (bij Stien Boer, nu ter hoogte van Lepelstraat 15 in padje aan “Hans Van Baal”)
  • In het steegje rechts naast de Heuf (schoolingang)
  • Achter het huis van Gust Van An (Gust Peeters) vooraan in de Dijkbaan, met toegang naar de Lepelstraat, enz.

(3) Andere nijverheden in ’t Streutje

Naast de diamantnijverheid waren er natuurlijk ook heel wat andere bezigheden. Er waren veel winkels.

  • Mensen die een kleine boerderij hielden (zie bv. Jules Valckx en Mieke Hobbos (“met een grote stal koebeesten”), familie August Van de Vel (Gust “Pegger”) thv Lepelstraat 29 en Rem Van Soom thv Lepelstraat 67).
  • Veehandel (“beestenkoopman”) Albert Destombes (“Beir Stoemp”) thv Lepelstraat 59.
  • Het creëren van houten platbodems/scheepjes om op de Aa het ijzeroer te vergaren en dat dan via de Aa en Nete te vervoeren naar Herentals, zie de ijzernijverheid daar (bij Verbeeck, “Boerke Kerremaekers” thv Lepelstraat 35)
  • Naast Verbeeck (“Kerremaekers”) was er ook schrijnwerkerij Verlinden (thv Lepelstraat 13, in het steegje, de plek “Hans Van Baal”). Die is nog veel jaren daar actief geweest (zie bestaande hal die uitmondt in de Merellaan).
  • Ook bij Verlinden was de schrijnwerkerij ook een meubelzaak (bv. trappen). En er was nog een schrijnwerkerij, bij Vik Kerremaekers en Roos, thv Lepelstraat 21. Later is dat verbouwd tot een meubelwinkel die uitgebaat werd door Sjarel Frits (Charel Van den Broeck-Bogemans). De meubelzaak werd ook een schilderswinkel. Daardoor deed hij concurrentie aan zijn eigen broer Jos Frits (die nog lang een succesvolle schilderzaak had in de Kuiperstraat waar nu de Post haar kantoor heeft; zijn zoon Cis Van den Broeck had de zaak mee overgenomen).
  • Eén van de oudste beroepen was dat van “Kuiper” (zie ook Kuiperstraat). De kuipers en de wagenmakers. Maarten Henderickx beschrijft in zijn boek ‘Vorselaarse Veissemkes’ het beroep.

    “Die laatste kuiper was Stanie Keunink (= De Wilde) uit de Lepelstraat, en het was interessant om zien, hoe men zo allerlei vaten van verschillende omvang maakte. Uit duimse eiken planken werden van verschillende breedtes en lengtes panelen gezaagd, naargelang de omvang van de te maken vaten. De panelen werden eerst gewaterd om naderhand volgens de voorziene radius te worden gebogen. Eens ineengeknutseld, bracht men er de heetgemaakte ijzeren banden rondom heen. De wagenmakers, die ik als laatste kende waren Toonkes (= Wellens) in de Lepelstraat en Bonneke Brijdenbach (= Brydenbach) van de vroegere Heuf”.

C. Dé winkelstraat van Vorselaar

Wist u dat de Lepelstraat dé winkelstraat van Vorselaar was? Wat u hier leest vraagt wel enige verbeeldingskracht. Het lijkt immers ongelofelijk maar de Lepelstraat was dé winkelstraat bij uitstek. U moet het nog kunnen verplaatsen naar het midden van de vorige eeuw, de periode 1925 – 1975. Een echte bloeiperiode in Het Streutje.

> Hieronder ziet u de indrukwekkende lijst van handelszaken in onze straat. Tegenwoordig zijn er nog amper handelszaken terug te vinden in Vorselaar, al helemaal niet meer in de Lepelstraat. De  “winkelstraat” van weleer is nu wel erg “residentieel” geworden. Enkel de bank en verzekering (vroeger Delta Lloyd, nadien Bank Nagelmackers, AXA en thans Crelan) bevindt zich nog in de straat.

(1) Tientallen winkels in de Lepelstraat

Naast de (diamant)slijperijen, de scholen en tal van cafés waren er ook:

  • Minstens 9 winkels (waaronder bv. de SPAR, Tuur van An & “Julienne van Ture”, klakkenwinkel van Sjarel Keunink en wel twee elektrozaken: van Heremans & Verhoeven, de winkel van Jan Volders met elektriciteitsmateriaal en potten & pannen)
  • Een cinema (van familie Verhoeven)
  • Een slachthuis, beenhouwerij, afspanning en crèmerie (Van Beirendonck)
  • Een kleermaker (familie Coopmans)
  • Een dokter (Van Bockstal)
  • Een apotheek (Schyvens – Godin; Helène verblijft in rusthuis Sint-Anna en werd dit jaar 100!)
  • Een maalder op rust (Van Hool)
  • Bouwaannemers (Janssens, bekend bekend als ‘De Snep’ en Van den Brande, beter bekend als ‘het Goddeke’)
  • Houthandels van Boerke Kerremaekers (Verbeeck) en van Rem van den Olenaar (Remi Peeters)
  • Twee banken (BAC, later BACOB op de hoek met Goorbergenlaan, en Delta Lloyd/AXA/Crelan)

  • Een meubelmaker & schilderswinkel (Van den Broeck-Bogemans, beter bekend als Sjarel Frits)
  • Een schoenmaker (Sjarel Bogemans en zijn vrouw Colette)
  • Een klompenmaker (familie Somers-Celis, bekend als Sjarel Bet en Emma van de Hoef)
  • Een modiste/hoedenwinkel (Lin van Remme (Van Doninck) en van Netteke Rijmenant)
  • Een coiffeuse (o.a. bij Marie Baum/Mit Hotteman en bij den Dikken Bet)
  • Een fotograaf (Heddy Verhoeven, dochter van René, en haar man Frank Somers die fotograaf was à een fotowinkel ‘De Kijkdoos’, later overgenomen door fotograaf Nuyens uit Nijlen)
  • Een juwelen- en horlogewinkel (bij Marc Braeckmans, in het huis van “Fien Toon”, officieel Josephine Keersmaekers)
  • Een groenteboer (Neeltje Van Keerbergen met zijn groentenkar en -winkel)

Priester Jan Van Beirendonck schreef voor ons in 2002 zijn herinnering van toen neer:

“ONZE WANDELING DOOR HET STREUTJE beginnen wij bij het verlaten van het Marktplein, richting Grobbendonk. Rechts van ons bevindt zich de toegangspoort tot de BOERDERIJ van het klooster; en de bijhorende paardenstallen en kleine, lage woonst van de koetsier Karel Geluykens en Fieke Vandeputte. Links van ons (nr.1) de dubbele woning van de KLEERMAKER (Coopmans), met de zijgevel gericht naar de straat. Daartegenaan gebouwd (1911) de woning (met verdieping) van Jules Van Beirendonck en zijn vrouw Joke Suys (van de Kasteelhoeve). Jules werd Verbeeck genoemd, naar zijn moeder Dymphna Verbeeck. Er was daar een zelfstandige SLACHTERIJ; een BEENHOUWERIJ; AFSPANNING (hotel) met mogelijkheid tot overnachting; DRANK- en SPIJSHUIS (restaurant); de eerste CREMERIE en kleine BAKKERIJ van roomijskoekjes. Het geheel was gekend onder de naam: IN DEN LEEUW.  In 1952 nam Michel de slachterij en de beenhouwerij over (met Anna Dewinter uit Deurne); en de oudste van het gezin, Dymphna (ongehuwd) deed nog enkele jaren ‘drank- en spijshuis’ verder.

Daar recht tegenover was de poort (de grote en de kleine) van de MEISJESSCHOOL, de HUISHOUDSCHOOL, de BEWAARSCHOOL (ook wel de ‘papschool’ geheten). Daarnaast twee kleine, lage huizen van het klooster; met o.a. het GEBOORTEHUIS van KARDINAAL VAN ROEY. Later woonden er dienstpersoneel van het klooster: o.a. voerman Sus Muuns (Moons) en Lies, hovenier Louis en Mie Bruinkens (Bruynseels), Sjarel Waoit, Fien … en het nonneke Paulien. Naast hen kwam in 1928 DOKTER VAN BOCKSTAL wonen. Later(+/- 1938) Filomeen Kegelaers (“de pijweps”) en daarna tot de bouw van de school in 1965 het gezin van (meester) Albert Bisschops-Mit Van Glabbeeck. Aanpalend verbouwde AANNEMER Sjarel van ‘t Goddeke en Mathil hun kleine, lage woning tot het statige huis (met verdieping) van de rectoren. Wij kijken nu even terug naar links en zien -wat achterin- op het huis van Wies Bet. Het was er CAFE ‘DE SCALA’. Daar bracht men aardappelen, erwten, bonen binnen … die er gewogen en afgerekend werden en opgehaald door grossisten. Links en rechts loopt een smalle weg. Links ‘het paddeke’ achter Van Beirendonck naar de Nieuwstraat; en rechts’ een spoor’ naar ‘Hans Van Baal’ … Zo kwam men bij Jef Van Laer en Stientje Verbeeck. Zij hadden een SLIJPERSFABRIEK en wonnen asperges (zoals Jef Post wat verder naast het spoor). De huidige hal van schrijnwerkerij Verlinden was toen braakliggend (en dus goed voor bijvoorbeeld een danstent bij Wies Bet met “Vorselaar kermis”).

Terug in het streutje zelf, en aan dezelfde linkerkant, woonde Sjarel Bogemans en Colette. Zij hielden CAFE ‘DE VALK’, Sjarel was SCHOENMAKER en hadden ook een slijperij. Naast hun hof bevond zich de SCHRIJNWERKERIJ van Vik Kerremaekers en Roos. Later opgetrokken en verbouwd met MEUBELWINKEL. In hun oude kleine woning kwam Sooi Kluits wonen met de oudste dochter van Vik.

Even terug naar de rechterzijde: tegenover Wies Bet / Trees en Sjarel van den Os, naast het Goddeke bevond zich “CAFE FLORA” bij Stanie Boom (Baum) en Mieke met dochter Octavie. Stanie was ROEPER van de notaris van Grobbendonk. Op dezelfde plaats opende de SPARWINKEL (met Jos van de Spar en Mit Geerts van ’t Heiken). Daarnaast het nog bestaande kleine huisje van Ferni Fil met Jan. Ferni was vroeg weduwe en had een heel speciale wijze van lopen. Nadien kwam er nog Elia Fil wonen. Vlak tegenaan het huis van Marie Baum gehuwd met Jef Hotteman (Van Looy) en kinderen Mit en Marcel. Marie en Mit hadden een DAMES-KAPSALON en brachten de eerste PERMANANT(!) in. Zij hielden ook een kleine KRUIDENIERSZAAK. Volgens de overlevering van Nest Van Ursula (Mattheussen) zouden daar nog de wereldberoemde gebroeders Van Eyck verbleven hebben … of tenminste familie van hen. We blijven langs de rechterkant en vinden er de oude huisjes van de MAALDER (ooit afgebrand), Jules Valckx en Mieke Hobbos (met een grote stal koebeesten), Sjarel Toon met hun gezin; hadden er een winkel KRUIDENIERDERIJ en ELLEGOED (Zie Mit Toon, in het parochiecentrum) . Later was er een ELEKTRICITEITSWINKEL van Jan Volders; ernaast Line met HOEDENWINKEL. Dan volgden de huizen van de Familie Moons (van “den Drol”): Charel en Melanie achterin; Stinus Drol en Gusta … Zij waren de directe geburen van Sjarel Bet (Somers) en Emma. Ze hielden CAFE ‘IN PARIJS’ en Sjarel was KLOMPENMAKER. Van op de straat kon men hem zien werken.

We zetten een paar stappen terug en naar de linkerzijde tot bij Sjarel Keunink, een diamantbewerker. Het was er WINKEL van KLAKKEN! Naast Sjarel Keunink (Karel De Wilde) en zijn vrouw Netteke Rijmenant woonden de mannen van ‘de Re’! Ook een groot gezin (zeven zonen met “Leopold” van de Ré) en de mannen van de Jakke’. In de cafés “DE RAPPE DUIF’ en ‘IN DE STER’ werd er ‘s zaterdags HAAR GEKNIPT en GESCHOREN. Bij de Jakke (“Frans van An” en Del) opende Jan Verhoeven de eerste CINEMAZAAL in Vorselaar. In het laatste huis voor de Dijkbaan woonde het gezin van Trien Boer (Verbeeck); later Lien en Jef Buys … nu het appartementsgebouw van René Verhoeven en Josée Engelen. Haast vergeten zijn wij ondertussen ook nog de WINKEL van Roos van de Jakke en Jef, voorbijgegaan.

Aan de overzijde (rechterzijde – richting Grobbendonk) woonden nog: Marie Buins (Boons) en Sooike in hun WINKEL; Amelie Van Buiten waar Neeltje later groenten verkocht; en ‘de mannen van ‘t Witteke’ (Marie, Frans en Gust). Zij hadden er ook een CAFE “IN DEN BONTEN OS”. Later woonde daar Julienne Post / Tuur van Line. Het onderbreken van de huizenrijen door enerzijds (links) de Dijkbaan en rechts (voor winkel/nadien CAFE van Julia De Laet) bevindt zich de verbindingspad (Lepelstraat-Heuf). Die gaf aanleiding tot het opdelen van het “voorste streutje” en het “achterste streutje”. De Dijkbaan, althans tot aan de AA-brug, werd bij het “voorste Streutje” gerekend.

(2) Bijzondere winkel-weetjes

  • Eldi (REO/René Verhoeven en Josée Engelen) en Louis Heremans hadden allebei hun elektrozaak, heel dicht bij elkaar dus. Dat was toen niet ongebruikelijk. Ook kruidenierswinkels (wel een drietal op hetzelfde moment in de straat), cafés (in totaal wel 11) en bv. schilderszaken (zie Sjarel Frits in onze straat die zijn eigen broer beconcurreerde met een verfwinkel) werden zo haast letterlijk “naast mekaar” uitgebaat. De veelheid van winkels en kleine nijverheden. Het waren duidelijk andere tijden.
  • Buschauffeurs waren er meer in de straat. De bekendste waren zeker Jef en zoon “Louis Ottobus” (Geerts). Louis woonde in het achterste stukje van de Lepelstraat rechts, bijna tegen de grensscheiding met Grobbendonk. Hij was de zoon van Jef Geerts die al voor de tweede wereldoorlog -als allereerste in Vorselaar- een buslijn inrichtte naar Antwerpen. Tijdens de oorlog hielp hij Louis Poelmans met zijn camion voor kolen. Na de oorlog leerde hij de stiel van autobus-rijden aan Louis Poelmans.
  • Marcel Leysen die in de Lepelstraat woonde, reed vele jaren met de bussen van Poelmans.
  • Louis Poelmans kocht zijn 1e autocar en Jef Geerts reed ermee naar Nederland om Vorselaarse werklui naar de schoenfabriek “Bata” te brengen. ’s Zondags vervoerde hij de voetbalploeg en tijdens de zomer reed hij met toeristen naar de Ardennen (later ook Lourdes enz.). En zo zijn “bussen Poelmans” ontstaan en eerst gestart hier in de Lepelstraat, op de plek waar nu de bank/CRELAN staat. (Sus van Houtven had daar ook een garage, voor de nieuwbouw).
  • Garages waren er wel meer. Zie bv. Manuel Poelmans en later Louis Hufkens (op dezelfde plaats trouwens).

(3) Enkele winkels uitgelicht: Staf Liekens, REO en Van Beirendonck

a. Supermarkt Staf Liekens
Naast de SPAR (van Jos Van Sande en Mit Geerts, recht tegenover het padje van den Os, recht tegenover de toenmalige apotheek Schyvens, ter hoogte van Lepelstraat 16 in de straat), het winkeltje (onder andere met snoep😉) van Marie Boons, de winkel van Tuur van An (Arthur Peeters), de groentewinkel van Neeltje Van Keerbergen, de Welvaart (vooraan de Dijkbaan, met “Mel Blockhuys”) was er nog een grote supermarkt in onze straat. Wellicht zelfs de grootste en de meest gekende: de superette van Staf Liekens. Zijn dochter Liliane, moeder van Kathleen Van den Broeck hier in onze straat, bracht de herinnering van de winkel nog even terug:

“In 1964 woonden Staf  Liekens en Julienne Van de Vel in een boerderijtje in de Lepelstraat. Staf was afkomstig van de Goorbergenlaan en Julienne van het Vroegeinde. Beiden waren ze actief in de diamantsector. In hun woonkamer maakten ze een kruidenierswinkeltje.

In de loop van de jaren vergrootten ze hun winkel een aantal keer.  Ze waren vooral gekend voor hun versproducten. Er werd hard gewerkt met verschillende familieleden en de klanten voelden er zich thuis. Staf babbelde graag met iedereen, zijn vrouw hield zich liever wat op de achtergrond.”

b. Cinema en elektrowinkel REO
We hebben het wel vaker over de cinema in deze tentoonstelling. Met reden … want het brengt heel wat verhalen met zich mee. Dochter Ilse, moeder van Sabeth Van Rooy, vat het verhaal van de cinema hier kort samen:
“Op 29/5/1959 werd PVBA Ciné Reo gesticht, met beperkte handel in het winkeltje tegenover het loket in de cinemahal, in eerste instantie snoep en op vraag van bezoekers later ook fonoplaten/singles, naalden voor pick-ups e.d. Op 24/11/1964 werd het vroegere café omgevormd tot winkel ‘Ciné Reo’ met een ruimer gamma. Audio, TV, (verdeler van Grundig) fonoplaten, serviesgoed e.d. voor het huishouden en werd uitgebaat door Josée Engelen. De winkel ‘Ciné Reo’ in het voormalig café werd te klein eind jaren ’60 en het bioscoopbezoek verminderde ook (door het succes van TV). Er werd beslist tot stopzetting van de cinema en gestart met uitbreidingsplannen voor de winkel.

In 1967 werd de cinema gesloten en werd het gebouw opgenomen in nieuwbouwplannen. Hiervoor worden nog drie aansluitende woningen tot aan hoek Dijkbaan bijgekocht. Eén woning op 22/02/1967 van Jozef Helsen, handarbeider, echtgenoot van Maria Van den Eynde en op 14/04/1967 twee woningen van Remigius Frans Van Hove, veekoopman en zijn echtgenote Rosa Johana van Dijck. De cinema wordt gedeeltelijk afgebroken en gedeeltelijk opgenomen in een nieuw gebouw tot één groot hoekpand voor handel en wonen.”

c. Beenhouwerij Van Beirendonck
Het hele pand van de familie Van Beirendonck ademt geschiedenis. Zie ook de vele functies die het pand had (komt nog uitgebreid aan bod in de tentoonstelling). De slagerij, die in 1955 opnieuw werd ingericht door Michel Van Beirendonck en zijn vrouw Anna Dewinter, bezit na al die jaren nog altijd de glorie van weleer. “Toen ik in 1998 de deuren van de beenhouwerij achter me toe trok, kon ik het niet over mijn hart krijgen om het interieur af te breken”, vertelde Anna aan Gazet Van Antwerpen (05/12/2021) op 93-jarige leeftijd. “Toen ik in 1998 zwaar ben gevallen, moest ik ermee stoppen”, vertelt ze. Met spijt. “Elk jaar vroegen de klanten mij wanneer ik op pensioen zou gaan, maar daar wilde ik niet van weten. Maar het werk werd te zwaar. Mijn man is in 1980 gestorven, ik stond er al die tijd alleen voor.”

De Van Beirendoncks waren een bekend slagersgeslacht in de Kempen. De twee broers, Michel en Alfons, waren de derde generatie beenhouwers in de familie, maar meteen ook de laatste. “Alfons vestigde zich met een beenhouwerij in Herentals, Michel kwam hier in de winkel van zijn vader terecht”, vertelt Anna. Ze leerde Michel op de hoeve van Kasteel De Borrekens in Vorselaar kennen, waar een zus van haar moeder woonde. “Het was liefde op het eerste gezicht en dus ben ik hem naar Vorselaar gevolgd.”

Begin jaren vijftig verbouwde het koppel de slagerij tot een ‘moderne’ winkel. Een flinke investering in die tijd. “Het glas-in-loodraam, dat in het oorspronkelijke etalageraam stond, verplaatsten ze naar een raam op de binnenplaats. Achteraan de woning bevindt zich nog het atelier waar Michel de koeien en varkens slachtte, versneed en tot worsten verwerkte. Van heinde en ver kwamen de klanten naar hier voor de frikadellen, de beulingen, het gekapt en de worsten.”

Toen Anna trouwde, werd ze meteen in dit voor haar onbekende vak gegooid. “Eén enkele keer, voor onze 25-jarige huwelijksverjaardag, zijn we op vakantie geweest. We werkten van ’s ochtends tot ’s avonds. Elke dag haalden we de toog leeg, maakten we de vloeren schoon, ontvingen we de klanten en deden we de administratie”, vertelt ze. “En op onze sluitingsdag konden we boodschappen doen voor het gezin.”

Ze besloot om de slagerij in originele staat te behouden. Dat levert een uniek historisch plaatje op. Van de koeltoog met marmeren blad tot het houten hakblok, de haken voor de droge worsten, de kassa en de weegschalen: alles ademt de sfeer van de fifties uit. “Michels slagersdiploma’s hangen nog op en een Mariabeeld waakt vanop een plank over de zaak. De messen zitten in een gleuf naast het hakblok en tegen de muur staat een bankje.

Daarom besloot Anna om haar aanbod wat te verkleinen. Eerst kreeg ze varkensribben van het slachthuis geleverd die ze tot koteletten verkapte. Gaandeweg beperkte ze zich tot charcuterie, kaas en kip. “In die tijd had je de opkomst van de grootwarenhuizen. Voor de kleine buurtwinkel was er steeds minder plek.” Ze bleef het werk doen voor het sociaal contact. “Ik genoot vooral van de babbels met mijn klanten.”

Het rechtse gedeelte van het pand is nog een bio- en natuurwinkel geweest, eerst van dochter Annemie Van Beirendonck (die gehuwd was met Frans Moorkens). Na haar veel te vroege overlijden, werd de winkel nog veel jaren uitgebaat door schoondochter Hilde Van den Broeck (de vrouw van Fons Van Beirendonck).

D. Een straat boordevol cafés

De Lepelstraat stond vroeger boordevol cafés … wel 11!
Een overzicht:

1 “In den leeuw”
(afspanning bij Van Beirendonck, huidige nr. 1-3)

2 “De Flora”
(café gelegen aan lege plek naast de huidige parking Thomas More, bij Stanie Baum en Mieke, recht tegenover nr. 19)

3 “De valk”
(bij Charel Bogemans en Colette, Charel was schoenmaker en ze hadden ook een diamantslijperij, huidige nr. 19)

4 “De scala”
(bij ‘den dikken bet’ aan ’t klein padje, huidige nr. 11)

5 Den Drol
(recht tegenover huidige nr. 23, van familie Moons(van -den Drol) Charel en Melanie achterin; ook Stinus Drol en Gusta Drol)

6 “In Parijs”
(bij Charel Bet (Somers) en Emma, Charel was een klompenmaker; van op de straat kon je hem zien werken, recht tegenover huidige nr. 25)

7 “De rappe duif” > café « De Jakke »
(de voorloper van de Jakke, van de familie Peeters (de Jakke), familie van Louis Neefs)

8 “In de ster”
(daar kon je zaterdag in de café ook naar de kapper gaan)

9 “Bij Tist Mols”
(niet echt een exacte locatie bekend)

10 “In de nieuwen buiten” >  café “De Perruche” (fonetisch: Parus)
(familie Amélie Poels en dochter Mit ‘Parus’, huidige nr. 58)

11 “De Pickup”
(bij Frans Verboven en Julia De Laet ter hoogte van Lepelstraat 40/42)

Foto aan de Parus (bij Mit van Amelie Poels)

> Jef Leysen beschrijft de cafés als volgt in een tekst die hij bracht op de geschiedenisavond van “de Lepel” in 2002:

Vooreerst hadden we café “In De Leeuw” bij de  familie van Beirendonck. Naast een spijs- en drankhuis was dit  ook een brouwerij. In het pand werd tevens “een logement” uitgebaat. De zaak zou reeds in 1890 bestaan hebben. Aan dezelfde kant van de straat, vlak naast “het patteke van  den Os” was “In de Scala”, bij den “Dikken Bet” gevestigd, een café en coiffeurszaak. Het pand aan de overzijde van de straat herberg de café “In de Flora” bij Stannie Baum. Iets verderop aan de overkant had men “In de rappe duif” maar ons ondertussen al gekend als zijnde “Bij de Jakke”. Inderdaad, dit was het café aan de voorzijde van de cinema.

Recht over de Dijkbaan had men “In den Bonten Os”. Het was tevens een kruidenierszaak en beter bekend als “bij ’t Witteke” (op de foto zie je Frans Valckx, ofwel “Sus van den Extrème”, fier bij zijn fiets in “den Dijk”).  In het huis ernaast was na de oorlog “Café Pick-up” bij Frans Verboven en Julia De Laet gevestigd. 
Ten slotte was er nog de meest gerenommeerde kroeg van het dorp: “In de Nieuwen Buiten” en later gekend als “Bij de Perruche”. Oudere dorpsgenoten vertelden hoe de Vorselaarse  rijkswachters tijdens de diensturen hun fiets vlug achter de haag plaatsten om bij Amélie Poels en haar dochter Mit (de Perruche) hun hevigste dorst te lessen. Ook Prins Karel zou ooit in het café te gast zijn geweest? 

Verder waren er ook nog de cafés “bij Bogemans”, “bij Gusta Drol” en “Bij de Ré”.
–> Zie ook een liedje over de Lepelstraat, gemaakt door “De Wouwers”: https://youtu.be/3p3IJu85aQw?si=_Lkn987-QeX94Zlk